Analyse en beleggingsresultaten

Recessieangst domineerde de financiële markten

Het vierde kwartaal stond eigenlijk al in het teken van de economische vooruit­zichten van 2023. De vraag was niet of we een recessie krijgen, maar hoe zwaar deze wordt. Want dat het economisch minder gaat, was wel duidelijk. De oorlog in Oekraïne duurt voort en China kampte met de economische gevolgen van zijn ‘Zero Covid beleid’. Wereldwijd was de inflatie nog toren­hoog en centrale banken verhoogden de beleids­rente in een poging de inflatie te beteugelen.


“Beleggers hadden de ver­hogingen van de beleids­rente al grotendeels ingecalculeerd”


Obligatiekoersen maken pas op de plaats

De renteverhogingen van de centrale banken zagen we ook terug in de kapitaal­markt­rentes. In de meeste westerse landen steeg de 10-jaars rente. Beleggers hadden de ver­hogingen van de beleids­rente al grotendeels ingecalculeerd. De risico­premie van veel bedrijfs­obligaties daalde juist. Door deze omstandigheden was er een kleine koers­daling bij overheids­obligaties en een licht herstel van de koersen bij bedrijfs­obligaties te zien.


Aandelenkoersen tonen een verdeeld beeld

Europa leek een inhaal­slag te maken. De aandelen­koersen stegen dit kwartaal vrij sterk, nadat de regio in de eerste drie kwartalen van 2022 duidelijk was achter­gebleven ten opzichte van Noord-Amerika. De oorlog in de Oekraïne duurde weliswaar nog voort, maar de energie­prijzen zijn dit kwartaal gedaald. De koersen in Noord-Amerika zijn juist iets gedaald. Door de rente­stijging zijn vooral bedrijven in de technologie­sector hard geraakt.


Nog steeds minder risico in de modelportefeuille

De samenstelling van de model­portefeuille hebben we dit kwartaal aangepast. De weging van de obligatie­beleggingen is verhoogd naar de standaardverdeling. Als we een recessie krijgen, daalt de kapitaal­markt­rente waarschijnlijk. Een daling van de kapitaal­markt­rente is positief voor obligaties. Bij de aandelen­beleggingen is de weging juist iets afgebouwd ten opzichte van de standaard­verdeling, omdat de bedrijfs­resultaten in een recessie onder druk komen te staan. Dit is naar onze mening nog onvoldoende verwerkt in de koersen. De gehele model­portefeuille is daarom nog steeds iets minder risicovol ingericht dan de standaard­verdeling.


Waardeontwikkelingen van de beleggingen

De aandelen- en obligatie­beleggingen behaalden een positief resultaat het afgelopen kwartaal. Maar over geheel 2022 hebben zowel aandelen­koersen als obligatie­koersen flink ingeleverd. Vooral de waarde­daling van veel obligaties was ten opzichte van het verleden ongekend groot. De koersen van alle obligatie­categorieën zijn gedaald door de snelle en sterke stijging van zowel de korte- als lange rente.

Europa maakt een inhaalslag

“Europese aandelen stegen sterk, omdat de economische omstandigheden niet verder verslechterden”

Wereldwijd was er in het vierde kwartaal sprake van een lichte stijging van de aandelen­koersen. Europese aandelen stegen sterk, omdat de economische omstandigheden niet verder verslechterden.

Waardeaandelen in bijvoorbeeld de energie­sector, de voedings­sector en de gezondheids­zorg deden het beduidend beter dan groei­aandelen. In economisch minder goede tijden verwacht men namelijk dat waarde­aandelen minder kwetsbaar zijn. De 9% daling van de US-dollar tegenover de euro zorgde ervoor dat beleggingen in Noord-Amerika in waarde zijn gedaald.

Regionale aandelenrendementen

1 oktober 2022 t/m 31 december 2022

Europa

MSCI Europe Index

+9,6%

Aandelen­beleggingen in Europa kenden een sterk kwartaal. Koersen stegen met bijna 10%. Daar waren een paar redenen voor. Allereerst daalden de energie­prijzen; Europa is sterk afhankelijk van de import van gas. De economische groei bleef daardoor in veel landen nog redelijk op peil. Er was nog geen sprake van een recessie. En ten tweede verhoogde de ECB de rente iets minder fors: in december was de verhoging 0,5%, nadat in oktober de rente nog met 0,75% verhoogd werd. De stijging van de koersen in het vierde kwartaal kon echter niet voorkomen dat over geheel 2022 de aandelen­koersen met 9,5% daalden.

Noord-Amerika

-2,5%

MSCI North America Index

Dit kwartaal daalde de US-dollar tegenover de euro. Daarom daalden koersen in Noord-Amerika met 2,5%. Door het vooruit­zicht op economisch minder goede tijden daalden de winst­verwachtingen en daarmee de koersen. En de sterk gestegen rente zorgde voor verkoop­druk bij hoog­gewaardeerde groei­bedrijven. Vooral de grote communicatie- en technologie ondernemingen hadden hier last van. Voor geheel 2022 is de daling van aandelen­beleggingen uit­gekomen op 15,5%.

Opkomende landen

-0,2%

MSCI Emerging Markets Index

Aandelenkoersen uit opkomende landen wijzigden per saldo weinig, deze daalden namelijk met 0,2%. Positieve uitzondering hierop was de regio opkomend Europa. Koersen maakten een deel van de zware correctie goed van de eerste negen maanden van dit jaar. Ook koersen in China stegen, omdat de Chinese overheid de zware Covid-19 beperkingen gedeeltelijk ophief.

Koersen in India en verschillende landen in Zuid-Amerika daalden door de wereldwijde eco­nomische vertraging. Over geheel 2022 zijn de aandelen­koersen in opkomende landen 17,5% gedaald.

Pacific

+4,0%

MSCI Pacific Index

De koersen in de Pacific stegen 4%. Het belangrijkste land in de Pacific is Japan. De economische activiteit trok daar iets aan en de inflatie steeg in november met 3,7%. Voor Japan is de inflatie van de laatste maanden een lang gekoesterde wens. Decennia­lang was inflatie verdwenen en groeide de economie amper. Over geheel 2022 was de koers­daling in de Pacific 10,3%.

Bron: Bloomberg / Morningstar

Obligatiekoersen tonen licht herstel

“De inflatie daalde minder hard dan de markt had verwacht”

Kapitaal­markt­rentes zijn in het vierde kwartaal verder opgelopen. De inflatie daalde minder hard dan de markt had verwacht. De rente­verhogingen van de centrale banken werkten dit keer beperkt door in de kapitaal­markt­rentes. Hier zijn twee redenen voor. De eerste reden is dat de laatste verhogingen met 0,5% minder groot waren dan de voorgaande stappen. De tweede reden is dat de rentepiek in zicht is en de beleids­rente in 2024 mogelijk weer verlaagd kan gaan worden. Overheids­obligaties daalden licht en bedrijfs­obligaties stegen iets.

2022 was voor obligaties echter een historisch slecht jaar. Om de inflatie te beteugelen, verhoogden de ECB en de Fed de beleids­rente in een paar stappen. De ECB verhoogde de rente van -0,5% naar 2% en de Fed verhoogde de rente zelfs naar 4,25%. De vrees voor een recessie nam toe en de risico­premies stegen. Wereldwijd daalden obligatie­koersen in 2022 met ruim 13%.


Kleinere renteverhoging ECB

Na de 0,75% verhoging in oktober verhoogde de ECB in december de rente met 0,5%. Dit besluit was in lijn met rentebesluiten van andere centrale banken zoals de Fed en de BoE. Prijs­stabiliteit bereiken staat voor de ECB bovenaan de prioriteiten­lijst. Veel economieën in Europa groeien niet of beperkt en hebben daarnaast last van gestegen rentekosten. Het laatste rente­besluit van de ECB was daarom een welkome meevaller.

“Met de rente­verhogingen probeert de Fed de economie te vertragen”

Fed verhoogt de rente

Dit kwartaal heeft de Fed de rente ook twee keer verhoogd: in november met 0,75% en in december met 0,5%. De inflatie loopt volgens de centrale bank te hard op. De inflatie­stijging komt vooral door de sterke arbeids­markt. Met de rente­verhogingen probeert de Fed de economie te vertragen. Dat de rente in december maar met 0,5% verhoogd werd, was een positief teken voor de financiële markten.

Overheidsobligaties

Onder andere door de rente­verhogingen van centrale banken steeg ook de kapitaal­markt­rente en daalden de koersen van overheids­obligaties. In Europa was het effect het grootst met 2,1% daling. Wereldwijd daalden de koersen met 0,6%. In Europa zagen we in geheel 2022 de rente­verschillen oplopen. Het rendements­verschil is groter geworden tussen de financieel sterke Noord-Europese landen en minder sterke Zuid-Europese landen. Met -18,5% voor Europa en -12,8% wereld­wijd hebben overheids­obligaties een slecht jaar achter de rug.

Bedrijfsobligaties

De koersen van bedrijfsobligaties stegen dit kwartaal in Europa 1,1% en wereldwijd met 2,3%. De koers­stijgingen kwamen doordat beleggers een minder zware recessie ver­wachtten in 2023. Voor geheel 2022 was het rendement in Europa -13,6% en wereldwijd -16,3%.

Hoogrentende obligaties

Koersen van hoog­rentende obligaties stegen 4,6% in Europa en 5,5% wereldwijd. Dat kwam doordat de risico­premie op risico­vollere bedrijfs­obligaties daalde. Beleggers verwachten niet dat het default risico groter wordt en denken dus dat er minder bedrijven in de problemen komen. Bedrijven konden zich de laatste jaren tegen gunstigere voorwaarden herfinancieren. Over het gehele jaar daalden de koersen: 11,7% in Europa en 13,4% wereldwijd.

Obligaties van opkomende landen

Er was een herstel van de koersen van obligaties van opkomende landen in sterke valuta (vaak de US-dollar), die stegen met 5,5%. De stijging van de US-dollar speelde hierbij een rol. Obligaties die noteren in lokale valuta daalden met 0,4%. Op jaar­basis resteerde voor obligaties in sterke valuta nog een waarde­daling van 18,0%. De obligaties in lokale valuta daalden met 5,9%.

Aan inflatie gekoppelde obligaties

Koersbewegingen van aan inflatie gekoppelde obligaties waren beperkt. Wereldwijd daalden de koersen met 0,4%. De kapitaal­markt­rente in het Verenigd Koninkrijk (VK) daalde, nadat deze in het derde kwartaal sterk steeg. Door de zware weging van het VK was er in Europa een klein plusje van 1,5%. Obligaties die aan inflatie gekoppeld zijn hebben een gemiddelde lange looptijd. Hierdoor hebben ze dit jaar erg veel last gehad van de sterk gestegen rentes. De inflatie­component binnen deze obligaties heeft het verlies vanuit de sterke rente­stijgingen maar deels gecompenseerd. In Europa daalden de koersen in 2022 met 10,2% en wereldwijd met 18,9%.

Netto rendement obligatiecategorieën

1 oktober 2022 t/m 31 december 2022


-2,1
-0,6
1,1
2,3
4,6
5,5
5,5
-0,4
1,5
-0,4
-3%
-2%
-1%
0%
1%
2%
3%
4%
5%
6%
Overheidsobligaties Europa -2,1%
Overheidsobligaties wereldwijd -0,6%
Bedrijfsobligaties Europa 1,1%
Bedrijfsobligaties wereldwijd 2,3%
Hoogrentende obligaties Europa 4,6%
Hoogrentende obligaties wereldwijd 5,5%
Obligaties opkomende landen HC 5,5%
Obligaties opkomende landen LC -0,4%
Inflatie gekoppelde obligaties Europa 1,5%
Inflatie gekoppelde obligaties wereldwijd -0,4%
-2,1
-0,6
1,1
2,3
4,6
5,5
5,5
-0,4
1,5
-0,4
-2%
0%
2%
4%
Overheidsobligaties Europa -2,1%
Overheidsobligaties wereldwijd -0,6%
Bedrijfsobligaties Europa 1,1%
Bedrijfsobligaties wereldwijd 2,3%
Hoogrentende obligaties Europa 4,6%
Hoogrentende obligaties wereldwijd 5,5%
Obligaties opkomende landen HC 5,5%
Obligaties opkomende landen LC -0,4%
Inflatie gekoppelde obligaties Europa 1,5%
Inflatie gekoppelde obligaties wereldwijd -0,4%
-2,1
-0,6
1,1
2,3
4,6
5,5
5,5
-0,4
1,5
-0,4
-2%
0%
2%
4%
Overheidsobligaties Europa -2,1%
Overheidsobligaties wereldwijd -0,6%
Bedrijfsobligaties Europa 1,1%
Bedrijfsobligaties wereldwijd 2,3%
Hoogrentende obligaties Europa 4,6%
Hoogrentende obligaties wereldwijd 5,5%
Obligaties opkomende landen HC 5,5%
Obligaties opkomende landen LC -0,4%
Inflatie gekoppelde obligaties Europa 1,5%
Inflatie gekoppelde obligaties wereldwijd -0,4%
-2,1
-0,6
1,1
2,3
4,6
5,5
5,5
-0,4
1,5
-0,4
-3%
-2%
-1%
0%
1%
2%
3%
4%
5%
6%
Overheidsobligaties Europa -2,1%
Overheidsobligaties wereldwijd -0,6%
Bedrijfsobligaties Europa 1,1%
Bedrijfsobligaties wereldwijd 2,3%
Hoogrentende obligaties Europa 4,6%
Hoogrentende obligaties wereldwijd 5,5%
Obligaties opkomende landen HC 5,5%
Obligaties opkomende landen LC -0,4%
Inflatie gekoppelde obligaties Europa 1,5%
Inflatie gekoppelde obligaties wereldwijd -0,4%

Bron: Bloomberg / Morningstar